De geschriften uit de achtste eeuw
na Christus doen al melding over de plaats. In middeleeuwse documenten
wordt het omschreven als Zaz, Zaas of Zaass.
De burcht van
Szászvár, welke nog steeds in het centrum te zien is, was gebouwd rond
1235. In 1540 was de burcht tijdelijk eigendom van Koningin Isabella.
Tijdens de Ottomaanse oorlogen is het een belangrijke strategische
positie geweest.
Uit een volkstelling in 1554 leren we dat
Szászvár toentertijd 188 inwoners had, met 37 belastingplichtige
huishoudens. In het zelfde document wordt Szászvár een stad (város)
genoemd.
In 1545 werd de burcht veroverd door de Turken, en werden er 142 Turkse soldaten gestationeerd. Na een halve eeuw van strijd veroverden Rooms-christelijke soldaten de burcht en staken het in brand. Dit maakte een einde aan de Turkse bezetting. In 1662 laaide de strijd weer op. In 1664 namen Hongaarse soldaten de stad in en staken opnieuw de burcht in brand. Vervolgens heroverden de Roomse soldaten Szászvár in 1680 en bliesen de burcht op. Na een strijd tussen Turken, Rome en de Hongaren, werd Szászvár in 1696 vernietigd. Het document welke deze vernietiging omgeschrijft, beschrijft Szászvár als een dorp (falu).
In 1776 wordt de opdracht gegeven door de Bisschop van Pécs tot de herbouw. Pas in 1821 onder Bischop Király is de herbouw voltooid. Vanaf 1980 werd er archeologisch onderzoek gedaan naar de oorspronkelijke vorm van de burcht.